Slik bij Kats
Rand van de wereld. Stervenskoud.
Achter de lege haven waar een on-
zichtbare hand de hele dag een slijptol
gaande houdt, begint het strand.
Het hek piept schuin omhoog in zijn
scharnieren. Schapen en plevieren
maken zich weg. De tijd wordt lang
en dun. Melancholie is niets dan bij
laag tij droogvallend verdriet. Geen
toegang tot het slik: kwetsbaar gebied.
Saenredam
Ik zie hem in gedachten lopen
op zijn zelf getekende plavuizen
tussen de zandstenen pilaren
van zorgvuldig aangemaakte verf.
Elke lijn heeft hij precies berekend.
Zijn plattegrond telt duizend
priegelige maten, die met elkaar
het geheimzinnig perspectief bewaren
van zijn schilderij. Hij ziet ook mij -
dat kàn onder een dak dat zelfs
de hemel kan ontsluiten. Ziet mij
en weet: niet nodig dat ik sterf,
het is hier lichter dan daarbuiten.
Beschrijving van haar oor
Vorm van ons onderwerp: De rand
van boven scherp, maar zacht,
van onder glooiend als een strand.
Daartussen bergland, slechts bewandelbaar
voor vingers die bekend zijn met
de onvoorspelbaarheid van het terrein. Het
geheel ligt prettig in de hand.
Kleur: Niet te beschrijven,
maar het effect gevoelt men
aan den lijve.
Oppervlak: Van verregaande aaibaarheid.
Wat bovenaan nog huid heet,
heet hier meer velletje, naar dat men
nadert tot het rijmwoord lelletje.
De gladheid lijkt veroorzaakt
door zeer kleine haartjes,
uitsluitend zichtbaar bij
voldoende zonlicht van opzij.
Vindplaats: Veelal halfverscholen
tussen lokken, schuchter kindje
achter rokken.
Doel: Als van alle oren:
voornamelijk gericht op horen,
horen voorlezen vooral
met name een gedicht
inzonderheid door hem.
Zie ook:
'Beschrijving van zijn stem'
We vonden het huis VI
We zochten geen huis
maar een deur om door binnen
te gaan, een haardvuur een leeslamp
een tafel met drinkglas en brood
een venster om mijmerend voor
te staan, een veilige ruit tussen
dagblad en al wat ons lief was
een deur die zich achter ons sloot